Limburg wakkerde celibaatcrisis aan
Dinsdag 15 Juni 2010 at 2:36 pm 'Celibaat is kerkwet, geen natuurwet'Het seksueel misbruik door priesters heeft de discussie over het celibaat weer aangezwengeld. Opnieuw, in de periode 1963-1970 was 'de celibaatkwestie' ook al onderwerp van verhitte debatten. Limburgse priesters begonnen als eersten in Nederland openlijk aan deze kerkelijke wet te twijfelen.
door Ray Simoen
Onhandig en verkrampt reageerde oud-kardinaal Simonis onlangs op de recente onthullingen van grootschalig, wereldwijd, seksueel misbruik binnen de katholieke kerk. 'Wir haben es nicht gewüsst', zei de bejaarde prelaat voor de tv-camera's. In de huiskamers, en later op websites en in kranten werd meteen boos en verontwaardigd gereageerd. Als hoofdoorzaak van al dat weggestopt en 'nicht gewüsst' misbruik wezen velen meteen naar het celibaat. Deze kerkwet zou er vooral voor hebben gezorgd dat priesters, paters en broeders zich aan kinderen en vrouwen vergrepen.
Jonge gelovigen mochten in 1968 niet deelnemen aan het Pastoraal Concilie. Dankzij kardinaal Alfrink mochten ze de discussie in de kapel wel volgen. foto Boek: Memoriale: een eeuw katholiek leven in Nederland.
Het was niet de eerste keer dat het celibaat tot felle discussies aanleiding gaf. In de jaren zestig stond de katholieke kerk, zeker in Nederland, compleet op zijn kop. Het celibaat was toen een van de strijdpunten, die de wereldkerk van Rome op zijn grondvesten deed schudden. En net zoals nu, was Simonis toen een van de kerkleiders, die zich verkrampt en onhandig opstelde in de 'celibaatkwestie'. Hij was niet de enige. "Het is alsof er een soort kerkelijke censuur over het onderwerp hangt. Het is ook gevaarlijker dan dogmatische kwesties, want het raakt aan vlees en bloed. Wie erover schrijft kan zich verdacht maken. Er rust een taboe op. Maar wat sterk taboe is, doet een heksenketel aan spanningen vermoeden", typeert H. Brentjens aan het begin van de zestiger jaren in het maandblad G3 de sfeer in de katholieke kerk van Nederland. "Wanneer er binnen de Kerk één delicate kwestie is waarover men liefst binnenskamers fluistert maar die toch van hoogst actueel belang is, dan is het toch de celibaatkwestie", meldt het voorwoord van de brochure Celibaatcrisis,- suggesties van een priester. Die verscheen in 1963. Anoniem, want "het thema was nog enigszins taboe", schreef het progressieve katholieke weekblad De Nieuwe Linie. Dat ruimde op 24 februari 1964 uitgebreid plaats in voor de brochure. "Toen bleek ook dat de toen 61-jarige pastoor van Amby, J. Brouwers de auteur ervan was", vertelt Chris Dols. Deze uit Susteren afkomstige historicus hield onlangs een interessante lezing voor de LGOG-kring Westelijke Mijnstreek over 'Het celibaatvraagstuk in de katholieke kerk tijdens de roerige jaren 1963-1972'.
Pastoor Brouwers was een actief schrijver. 'Tempel van het gezin', 'Protestant en katholiek', 'Nieuwe wegen in de zielzorg' en 'De ware priester voor deze tijd' waren van zijn hand. Titels, die duidelijk de 'geestelijke' agenda van velen toentertijd illustreren: oecumene en zoeken naar zingeving in een snel veranderde wereld door priesters en gelovigen samen. Bezorgd stelde Brouwers vast dat de wet op het celibaat aangepast moet worden. "Het betreft hier geen natuurwet maar een kerkelijke wet." En deze kerkelijke wet zorgt voor steeds meer problemen in de moderne tijd: priesters, die de eenzaamheid van het ambt niet meer aankunnen en het priesterschap vaarwel zeggen, plus een dreigend tekort aan priesters. Daardoor loopt het katholicisme gevaar in de derde wereld terrein te verliezen aan andere religies. Brouwers wilde niet de afschaffing van de celibaatwet, die het ambt van priester koppelt aan het ongetrouwd zijn. Maar hij wilde dat het mogelijk werd dat gehuwde leken tot priester kunnen worden gewijd. Ook moeten reeds uitgetreden priesters toestemming krijgen om te huwen voor de kerk. Om de schaduwzijden van de celibaatwet te belichten verwees hij naar de toen befaamde schrijfster Ida Görres. "Gefrustreerde vitale driften kunnen gevaarlijke karaktervergroeiing veroorzaken: overdreven machtswellust, onzuivere fantasieën, onrust, kilheid, allemaal erg schadelijk voor een evenwichtige zielzorg." Brouwers gaf aan dat hij er lang over had gedubd of hij zijn suggesties zou publiceren, maar het verlangen naar discussie en dialoog over 'de noodsituatie' had hem over de streep getrokken.
Brouwers en anderen in en buiten de kerk waren aangestoken door de hoopvolle woorden van de in 1958 aangetreden paus Johannes XXIII. Deze al bedaagde kerkvorst had de tekenen van de tijd goed begrepen. De kerk moest zich verzoenen met de moderne tijd. 'Aggiornamento' werd zijn parool: de kerk moest bij de tijd gebracht worden, wilde ze niet hopeloos achterop raken en steeds meer gelovigen van zich vervreemden. Op het Tweede Vaticaanse Concilie 1963-1965 hadden vele, naar veranderingen hunkerende katholieken hun hoop gevestigd.
Aan de vooravond van dit concilie had kardinaal mgr. Alfrink nog eens zijn - behoudende - visie op het celibaat uit de doeken gedaan voor de Nederlandse priesters. Dat schoot twee jonge Gelener kapelaans Jan Fraats en Mathieu Schlijper in het verkeerde keelgat. Ze sloegen een andere toon aan dan hun voorzichtige Ambyer collega Brouwers. Strijdvaardig, pinnig en soms zelf agressief dienden ze op 1 februari 1964 Alfrink van repliek. Net als Brouwers in De Nieuwe Linie. In een groot artikel dat over drie pagina's liep en vette koppen kreeg. Ze sloegen de kardinaal met zijn eigen argumenten om de oren. De kerk moest snel een open dialoog aangaan met de wereld, zonder vooraf de opvattingen van de kerk als zaligmakend voor te stellen, vonden de twee Geleners. "Men spreekt vaak over priestertekort. Maar zou dit tekort aan priesters ook niet een stilzwijgende afwijzing kunnen zijn van het priesterschap zoals de kerk dit presenteert? Presenteert zij niet een priesterschap dat de moderne mens te weinig aanspreekt?" schrijft het duo brutaal. Niet iedereen was ingenomen met Fraats' en Schlijpers' artikel, dat meteen veel aandacht kreeg. De Nieuwe Limburger kantte zich tegen de roep om herziening van de celibaatwet, die het duo had bepleit. De Limburgse krant zou lange tijd het kamp van de conservatieven alle ruimte in de krantenkolommen geven. De deken van Echt Joosten reageerde verontwaardigd. De Roermondse bisschop Moors legde Fraats en Schlijper meteen een schrijfverbod op. En Alfrink zelf eiste excuses van hen dat ze hem zo fel hadden tegengesproken. Het verhinderde het duo niet om doodleuk voor de radio nog eens hun artikel kort uit de doeken te doen. Want ze hadden een schrijfverbod gekregen, en geen spreekverbod.
De geest was uit de fles. En in Limburg was het allemaal begonnen. Katholiek Nederland stortte zich verwoed in heftige debatten, niet alleen over het celibaat. Progressieve en conservatieve katholieken gingen met elkaar veelvuldig in discussie. Ook andersdenkenden gingen zich ermee bemoeien. Mies Bouwman haalde voor haar VARA-programma In de stoel bisschop Bekkers van Den Bosch en de Nijmeegse theoloog Schillebeeckx naar de studio en haalde ongekend hoge kijkcijfers met deze katholieke gasten. En diezelfde VARA wijdde in 1969 een serie programma's aan het celibaat en het priesterschap. "Zonder de aandacht van de media was het hele celibaatvraagstuk nooit zo'n maatschappelijke kwestie geworden. Je moet die discussies wel inbedden in het democratiseringsstreven dat de hele westerse cultuur toen in de ban hield", geeft historicus Chris Dols aan.
De celibaatkwestie beleefde in 1969 zijn hoogtepunt tijdens het pastoraal concilie in Noordwijkerhout. Dat verklaarde dat de verplichting tot het celibaat opgeheven moest worden. De Nederlandse bisschoppen, die zich van stemming onthielden, zouden deze boodschap aan de paus overbrengen. Maar Rome liet weten dat daar geen sprake van kon zijn. Roma locuta est, causa finita - als Rome gesproken heeft is de zaak afgedaan - heet het al eeuwen. En dat was in 1970 zo, en nu nog.
Trackback link: http://www.red.mgl.nl/tussenkerkengeloof/pivot/tb.php?tb_id=435