Biechtstoel als trauma
Dinsdag 09 Maart 2010 at 12:11 pm
Seksueel misbruik door geestelijken gebeurde niet alleen bij jongens op katholieke internaten. Maastrichtse Marike Mootzelaar (74) doet na 55 jaar een boekje open over haar trauma, opgelopen in een biechtstoel bij de paters jezuïeten.
door Wim Doesborgh
Eens in de zoveel tijd ging Marike biechten. Bij de paters jezuïeten in de kapel van het klooster aan de Tongersestraat in Maastricht. Het was 1954 en de jezuïeten hadden een naam hoog te houden als goed-katholieke geestelijken, die in de stad voor zielzorg en gedegen onderwijs zorgden. Maar Marike, 19 lentes jong, kwam al bij haar eerste biecht van een koude kermis thuis. Het meisje biechtte haar relatie met haar vriend Math (24) op, met wie ze al seksuele omgang had, terwijl ze nog niet getrouwd waren. Een gegeven dat in de jaren vijftig nog op vermanende geluiden uit maatschappij en kerk kon rekenen. En in dit geval op een abnormale belangstelling van de jezuiet die Marike de biecht afnam.
"Alles wilde hij van me weten", vertelt Marike Mootzelaar, 55 jaar later. Nu pas, verklaart ze, nu er zoveel verhalen boven water komen van jongens die seksueel misbruikt werden in de internaten, durft ze met haar verhaal naar buiten te komen. Want ook vrouwen ontsnapten niet aan de seksdrift van sommige geestelijken.
"Elk detail van het vrijen wilde hij weten. De meest smerige vragen over geslachtsdelen, over manieren van vrijen, alles werd mij op doordringende wijze ingeprent. En ik wist niet wat ik moest doen. Ik zei maar op alles wat de pater zei 'ja'. En intussen, dat merkte ik maar al te duidelijk, was de pater aan de andere kant van dat biechtstoelluikje bezig zich te bevredigen. Ik was helemaal van de kaart, durfde dat thuis nauwelijks te vertellen. Ik heb het later tegen mijn vriend verteld, maar die kon het niet geloven."
De volgende keren ging Marike wel eens bij andere jezuïeten biechten, maar die waren geen haar beter, bezweert ze. Totdat haar vriend Math op een keer de stoute schoenen aantrok en met haar meeging. Ze kwam opnieuw terecht bij de pater die de eerste keer, al masturberend, haar seksueel het hemd van het lijf had gevraagd. Maar dit keer smokkelde Marike haar vriend mee de biechtstoel in. Terwijl de pater opnieuw begon met een intieme ondervraging naar haar geslachtsverkeer, zat Math achter haar verstopt in de biechtstoel mee te luisteren.
"Math geloofde zijn oren niet", vertelt Marike, "en op een gegeven moment werd hij zo woest dat hij opstond en die pater de volle laag gaf. Een knetterende ruzie volgde en we zijn de kapel uit gegaan. Ik ben daar nooit meer gaan biechten."
Marike en Math trouwden, zij was gelukkig in haar werk als secretaresse, hij als werknemer bij V & D. Ze kregen een dochter, Pattie, en Marike wilde haar laten inschrijven in het doopregister van de kerk. "Maar toen een priester tegen mij een verhaal begon over dat ik onrein was na de geboorte en nog meer van die kerkelijke beuzelpraatjes, had ik er schoon genoeg van. Ik ben naar de kerkadministratie gestapt en heb me als lid van de katholieke kerk laten uitschrijven. Met eigen handen heb ik mijn naam uit dat register gekrast."
Maar met het wegkrassen van de naam, hield de ellende met de paters jezuïeten niet op. Een jaar of tien later zat dochter Pattie op school in de wijk Nazareth, waar het gezin inmiddels woonde. Ze kreeg godsdienstles van een jezuiet.
Marike: "Die man betastte elke les de meisjes, over hun rug, over hun armen. Totdat hij ook regelmatig aan hun borstjes begon voelen, zogenaamd om te kijken of ze al vrouwtjes werden, hoorde ik van Pattie. De meeste kinderen durfden daar thuis niet over te praten. Die kregen te horen: 'dat zal de pater zo niet bedoelen'. Ze moesten gewoon hun mond houden. Over die dingen sprak je niet. Maar ik zelf ben thuis heel vrij opgevoed. Mijn vader stierf toen ik acht was, maar mijn moeder was heel ruimdenkend. Ze leerde me bijvoorbeeld dat je van mensen van het andere geslacht, maar ook van hetzelfde geslacht kunt houden. Dat homoseksualiteit iets heel normaals was. Je kon bij haar vrijuit praten. Ik heb datzelfde op mijn dochter overgedragen. Toen mijn dochter dus met dat verhaal van die pater kwam, wist ik precies hoe laat het was. Ik zag dat de andere ouders er geen werk van maakten. Daarom stapte ik naar de directeur van de school en deed mijn beklag. Niet lang daarna is die pater van school gegaan. Jaren later, hoorde ik, zou hij zelfmoord hebben gepleegd."
Seksueel misbruik is decennia lang een taboe geweest, weet Marike Mootzelaar nu.
"Je had je nare ervaring en je vertelde dat misschien tegen een vriendje of vriendinnetje, soms tegen je moeder, maar het bleef in het donker. Je had het idee dat jij de enige was die zoiets was overkomen. Daarom vind ik het fantastisch dat de laatste dagen zoveel verklaringen van seksslachtoffers van priesters bekend worden. Dat zorgt na al die jaren voor opluchting. Dat jij niet de enige bent, die dat is aangedaan."
Pas toen vele jaren na haar traumatische ervaring in de jezuïetenkapel de orde Maastricht verliet, de universiteit het kloostergebouw overnam en de kapel werd afgebroken, werd de pijn voor Marike een stuk minder.
Nee, een klacht wil ze niet indienen, dat is nu te lang geleden. En nee, het geloof is ze nooit helemaal kwijtgeraakt. Zelfs niet het vertrouwen in sommige priesters.
"Pater Carlos", vertelt Marike, "een franciscaan, was van kinds af een vriend van onze familie. Bij hem kon ik altijd terecht. Een week voor zijn dood gaf hij mij, wat hij noemde, zijn kostbaarste bezit. Een schilderijtje van zijn vriend Hans, die homoseksueel was en zelfmoord had gepleegd. Ik koester het nu als iets bijzonders. Het laat zien dat er ook priesters zijn met een warm, menselijk gevoel."
Trackback link: http://www.red.mgl.nl/tussenkerkengeloof/pivot/tb.php?tb_id=248